MINNE Joris
| Geboren |
1897 te Oostende |
| Overleden |
1988 te Antwerpen |
| |
|
| Opleiding |
Acad. Beveren en Antwerpen |
| Invloeden |
Maakt deel uit van de Groep de vijf |
| |
|
| Info |
Met Frans Masereel, Jan-Frans Cantré, Jozef Cantré en Henri Van Straten hoorde de Antwerpenaar Joris Minne tot de Vijf, die de Vlaamse houtsnijkunst renoveerden, na de Eerste Wereldoorlog.
Joris Minne werd te Oostende geboren op 11 mei 1897. Kort daarop gingen zijn ouders te Antwerpen wonen, waar hij stierf op 2 april 1988. In 1917 volgt hij, na zijn hogere middelbare, lessen aan de tekenacademie te Berchem. Hij raakt er bevriend met de kunstschilders Jos Vinck, Frans Mortelmans en Lode Ivo. In 1919 begint kunstrescencent Roger Avermaete de redactie van het tijdschrift Lumière. Joris Minne is één van de medestichters van de groep er omheen. Vanaf 1920 worden de werken van de Vijf tentoongesteld in binnen- en buitenland en krijgt hun vernieuwing vorm en bekendheid. In 1923 vangt Minne ook aan met zijn eerste burijngravures.
In 1926 is hij medestichter van De Vrije Academie, het latere Instituut voor Kunstambachten. In 1927 wordt hij professor aan de Brusselse Nationale Hogere School voor Bouwkunst en Sierkunsten Ter Kameren, op aandringen van Henry Van de Velde. Tussen 1932 en 1933 bereikt hij een hoogtepunt als burijngraveur, ontstaan zijn eerste droge-naald-etsen en begint hij te beeldhouwen. Het Scheldemonument van zijn hand, uitgevoerd in rood koper, zal trouwens geplaatst worden in het bekende Middelheimpark van Antwerpen, in 1982.
In 1937 krijgt Joris Minne een regeringsopdracht op de Internationale Tentoonstelling van New-York. Hij neemt er de leiding van de afdeling Publiciteit aan de Belgische stand. In 1947 wordt hem de kunstleiding toegewezen in de Belgische Paviljoenen op de de internationale exposities Woning en Decoratie van Milaan en Urbanisme en Woning van Parijs.
Op de Wereldtentoonstelling van 1958, te Brussel, wordt hem de kunstleiding opgedragen van de Groep 58 De Gezondheid. Hij wordt tezelfdertijd opgenomen als lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. In 1969 wordt Joris Minne hiervan de voorzitter.
Een retrospectieve tentoonstelling van zijn werk komt in de Koninklijke Bibliotheek Albert I, te Brussel in 1973.
|
|
|
|
|
|